Algemeen

Herman en Diny Smits na 65 jaar nog steeds gelukkig met elkaar

DE LUTTE - Zondagavond bij de Gezellenvereniging in Nijmegen, eind jaren vijftig. Diny Graat wordt ten dans gevraagd door Herman Smits. Ze weet het meteen: dat is de jongen waar haar hartsvriendin Annie smoorverliefd op is. Ze dansen maar Diny houdt de boot af, bang om Annie teleur te stellen. Maar Herman is standvastig en Diny gaat overstag. Annie was eerst boos, maar na een goed gesprek blijft de vriendschap in stand. 

Diny (nu 85) groeit op in Nijmegen als tweede in een gezin met zeven kinderen. Na de huishoudschool gaat ze aan het werk in een naaiatelier, met veel plezier. Ze houdt er een levenslange hobby aan over. Herman (nu 84) is een nakomertje na zes broers en zussen. Hij groeit net als Diny op in Nijmegen: “We woonden eigenlijk heel dicht bij elkaar maar hebben elkaar nog nooit ontmoet.” De eerste negen jaar na school werkt hij als metaaldraaier in een fabriek en besluit de lerarenopleiding te doen. Die rondt hij in 1967 af. Daarna haalt hij nog twee aktes. “In totaal ben ik zestien jaar naar school geweest”, lacht hij, “Drie avonden per week weg en veel huiswerk maken. Het was een zware opleiding in combinatie met mijn werk.”

Van Oldenzaal naar De Lutte
Herman mag een half jaar invallen voor een zieke collega op Werkenrode, een ambachtsschool met aangepaste machines in Groesbeek voor leerlingen met een fysieke handicap. Hij geeft les in lassen, draaien, plaatwerk en frezen. Uiteindelijk mag hij blijven. In 1976 komt hij op de Ambachtsschool in Hengelo terecht. Tot in 1999 de school nog maar twee leerlingen in de klas heeft en de afdeling gesloten worden. Herman en Diny wonen in Oldenzaal als Herman met 57 jaar met prepensioen gaat. Ze besluiten kleiner te willen wonen en lopen tegen een kavel op de Luttermolen aan. Ze bouwen er hun huis en verhuizen in februari 2000 naar De Lutte.

Boterham aan het kanaal
Op 28 mei 1959 stappen de twee in het huwelijksboot. Eerst voor de wet en op dezelfde dag in de kerk met een mooi feestje in huiselijke kring. In die tijd was het gebruikelijk dat vrouwen met werken stoppen als zij getrouwd zijn. Het geldt ook voor Diny. Als Herman in 1960 in dienst gaat, blijkt Diny zwanger. Zoon Ronald wordt later dat jaar geboren. Vijf jaar later wordt het gezin compleet met de tweeling Astrid en Edwin. Omdat Herman veel met zijn studie bezig is, zoekt Diny hem regelmatig tijdens de pauzes op met de kinderen op z’n werk. “Dan zaten we samen aan het kanaal ons boterhammetje op te eten”, blikt Diny terug. Inmiddels telt de familie Smits zes kleinkinderen, twee bonuskinderen en drie achterkleinkinderen.

Pas op voor beren
Ronald verhuist naar meerdere plekken in Amerika, zus Astrid volgt hem. Ze wonen nu slechts tien minuten bij elkaar vandaan. Edwin blijft in Nederland maar verkast naar Den Haag. Herman en Diny reizen drie keer per jaar naar Amerika. Na hun pensioen verblijven ze er langer. Eerst is er familiebezoek en daar wordt er rondgetrokken met de auto. “We kunnen er wel een dik boek over schrijven”, vertelt Diny. Ze vindt het geweldig om in de parken daar te kamperen met tent. Herman is er minder enthousiast over: “Ja, als er al zo’n bord hang met ‘pas op voor beren’ en bij elke kampeerplek een mast om voedsel in op te hangen... “ Ze zien alles van Amerika.

Weten wat er omgaat in een ander
Herman en Diny ogen fit. “We doen ook nog zoveel mogelijk”, verklaart Herman, “wandelen en fietsen alhoewel het met mijn gezondheid wel wat minder gaat, maar ik mag blij zijn dat ik zo al 84 ben geworden.” Diny vult aan: “Of we rijden met de auto naar de Veluwe of Holterberg om daar lekker te gaan lunchen of picknicken.”  65 jaar getrouwd zijn, is iets wat niet voor iedereen is weggelegd. Dat beseffen beiden terdege. “Je moet geen stress hebben”, zegt Herman, “We zijn ontzettend gelukkig met ons hechte gezin.” Diny beaamt dat: “Je moet ook goed op elkaar letten en naar elkaar luisteren, zodat je weet wat er in die ander omgaat. Van het begin tot de dood blijf je twee verschillende mensen en dat vind ik ook het boeiende aan een relatie. Je moet openstaan voor de ander en een schouder bieden als dat nodig is. Dat vind ik belangrijk.”