Zo af en toe kun je deze soort tegenkomen in de winter: de zwarte roodstaart. Hoewel de meeste van hen doortrekken naar warmere oorden blijft een enkeling in ons land overwinteren.
Deze kleine donkere vogel is makkelijk te herkennen door het beweeglijke oranje staartje. De vogels voeden zich voornamelijk met insecten, maar voor de overwinteraars zijn zaden en bessen ook niet te versmaden. Het vrouwtje is iets lichter van kleur maar ook duidelijk herkenbaar aan de oranje staart.
Een andere soort die je hier zeker het hele jaar door aantreft en wel heel duidelijk te herkennen is de Turkse tortel. Deze duif zie je geregeld op voederplekken en is een stuk kleiner dan bijvoorbeeld de houtduif. De tortels beginnen al vroeg in het seizoen te broeden en kunnen tot wel vijf legsels per jaar grootbrengen.
Een iets meer uit de kluiten gewassen verschijning is de knobbelzwaan. Als deze vogels aan komen vliegen kun je ze al van verre horen. Broedparen blijven meestal hun leven lang samen en houden het bij één legsel per jaar van vijf tot zeven eieren. De knobbelzwanen zijn zeer beschermend wanneer ze jongen hebben; zeker iets om rekening mee te houden.