Terug
20260805 tegeltableau Een tegeltableau aan de muur van de Doelhofkerk in Oldeboorn herinnert aan Pibo Ovittsius, de eerste dominee van Losser.
Gemeente

Pibo Ovittsius, een godvergeten charlatan? - De eerste dominee van Losser

LOSSER - Pibo Ovittsius van Abbema was de, in 1598 benoemde, eerste dominee van Losser. Pibo was een ’vreemde vogel’ die door de bekende Enschedese amateur-kerkhistoricus Herman Dalenoort werd beschreven als ‘zo’n Godvergeten charlatan, dat het zelfs nu nog moeite kost om in de kerkgeschiedenis van Nederland iemand aan te wijzen die een grotere loegenaer, tovenaer, quacksalver en weerwolf’ was dan hij.

Pibo Ovittsius van Abbema
In de eerste jaren van de Reformatie was het maar een rommeltje met de dominees. De meest vreemdsoortige figuren kwamen op de Twentse preekstoelen terecht. Weliswaar moesten zij zich aan een coloqium (een ‘toelatingsgesprek’) onderwerpen, maar als ze het ‘Pausdom’ afzwoeren was het al gauw goed.

Pybe Wytzes, zoals zijn Friese naam luidde, werd omstreeks 1542 geboren in Grouw. Hij werd apotheker in het naburige Oldeboorn, waar hij trouwde en kinderen kreeg. Oorlogsomstandigheden dwongen hem de wijk te nemen naar Groningen. Daar trouwde hij een tweede vrouw, bij wie hij ook een kind kreeg. Na zijn terugkeer naar Friesland kwam deze bigamie al snel aan het licht. Uiteindelijk werd hij hierdoor uit Friesland verbannen. Hij begon aan een eindeloze zwerftocht, waarbij hij eerst als medicus, daarna als pastoor en ten slotte als dominee in zijn levensonderhoud voorzag. Daarbij wist hij telkens weer voor korte tijd het vertrouwen te winnen van hooggeplaatste personen in kerk en politiek. Dat kon echter niet voorkomen dat hij keer op keer moest vluchten door oorlogs-omstandigheden of omdat hij werd ingehaald door geruchten over zijn verleden.

In 1586 vroeg Pibo, voorzien van een attestatie (verklaring omtrent geloof en levenswandel) van de kerk van Amersfoort, aan de kerkenraad van Delft hem bij de magistraat als medicus aan te bevelen opdat hij zijn ‘conste’ vrij mocht uitoefenen. Hij vroeg tevens tot het avondmaal te worden toegelaten maar bekende problemen te hebben met een vrouw die hij ‘beslapen’ had. In Amersfoort zou hij daarvoor al schuld beleden hebben. Bij nader onderzoek door de Delftse kerkenraad bleek Pibo echter ‘een boeff te zijn, die 2 off 3 vrouwen getrouwt ende beslapen heeft’. In 1588 wordt Pibo, tijdens een zware pestepidemie, aangetroffen als stadsmedicus van Duisburg.

Tien jaar later komt hij vanuit Didam naar Enschede en Losser. Ook hier blijft Ovittsius niet lang. In juni 1599 vertrekt hij naar Deventer. Zijn laatste jaren bracht hij door in het Sticht Utrecht, waar het reformatorische klimaat wat milder was. Hij overleed in 1618.

Pibo zou in zijn leven achtervolgd blijven worden door geruchten en beschuldigingen aangaande zijn ‘roomse’ verleden en zijn medische activiteiten. In het Twentse werd kennelijk niets bespeurd van deze geruchten, want na zijn - door plunderende Spaanse legers - gedwongen vertrek in 1599 uit Enschede en Losser kreeg Pibo van de strenge classis en kerkenraad van Deventer twee uitstekende getuigschriften mee.